Blog 3 – Bewoners en kinderen

door | apr 28, 2014

Een gewone dag
Ik breng de dag door met activiteiten in de leeszaal: sorteren, opruimen, ‘animation’ voorbereiden en in de cour: spelletjes en dat samen met Gueladio. Moctar komt altijd als de school afgelopen is. De cour ‘opruimen’ doen wij samen met de kinderen. De cour is echt nooit zo schoon geweest. Het viel mij op toen ik binnen kwam de eerste dag. Elke ochtend en middag 50 kinderen tijdens de schooltijd met Gueladio, dus niet scholieren. Het valt mij op hoe sommige razend snel een nieuwe puzzel van dertig stukjes kunnen maken. Hun enthousiasme is tomeloos. Op woensdag en donderdag middag bereikt het aantal bezoekers meer dan 100. Met ons drieën is het toch heel veel werk! In het weekeinde, komen de middelbare scholieren en zij willen lezen. Het is rustiger.

Behoefte aan privacy, rust heb ik wel net als elke blanke in Afrika, Voortdurend komen dorpelingen langs om te begroeten, kijken wat wij doen, een praatje maken… Tijdens mijn siësta doe ik oordopjes in. Om 21u ga ik doodop in het leemhuisje. Nog enkele aantekeningen noteren en ik val in slaap met op de achtergrond het gebed van de Talibés (leerlingen van de Koran scholen) verder op. Om 5u word ik spontaan wakker en ik geniet van hun reciteren en van het geluid van de koeien.

De ‘grandes familles’ :extensed families
Bezoek aan families in het dorp werd dit jaar leuk georganiseerd en begeleid door Gueladio. De drie grandes familles van Sareseyni ken ik veel beter inmiddels. De Diallo1, de Diallo 2, de Bary. Het is altijd opvallend druk op hun cour: dieren, kinderen en kook activiteiten. Bij elke deur moet ik een tante, een nicht, een oma begroeten. Ontelbare kinderen rennen overal. In een ‘grande famille’ vind je vaak meer dan tien huizen op de cour. Er is een speciale opslagruimte voor de rijstzakken. Ik zag bij twee families echt reuze kasten net als bij de ‘marabout’ met heel veel pannen en teilen. Iedereen zit op de grond op een mat. Meestal mannen en vrouwen apart. Niet elke familie Peul leeft sober en heeft alleen aandacht voor de kudde. De kleding van de vrouwen verraadt hoe rijk een familie is. Een ‘bazin’ (damas) kost € 50 minimaal afhankelijk van hoeveel borduurwerk erop zit. Een Comatex pagne (Compagnie malienne des textiles) is veel goedkoper. Daar lopen meestal vrouwen met een Comatex ‘pagne’. Maar de bekende gouden reuze oorbellen dragen de vrouwen niet. Zij zijn al lang verkocht tijdens de cyclische droogten. Ik hoorde dat alleen een tiental vrouwen ze nog dragen ter gelegenheid van bruiloften. Een bezoek aan het dorpshoofd, steeds ziek, ontbreekt niet. Hij is Rimahibe (ex slaaf van de Peul). In de kamer naast hem zijn de rijstzakken van de vorige oogst.opgestapeld. In de cour van zijn zoon, ‘de spanjard’: hij werkt in Spanje- troont een televisie en een enorme antenne. In de avond is het druk voor het scherm.

De Peul en het onderwijs
Hoeveel bewoners? Hoeveel Peul zijn nog echt nomaden? Hoeveel kinderen zitten er op school? Westerse vragen. Ondanks de bevolkingstelling blijft het moeilijk om exact te weten hoeveel inwoners het dorp heeft. Veel ‘étrangers’ (seizoen arbeiders, eigenaars van een rijstveld van buiten het dorp) zijn hier komen wonen. De eerste meestal Burkinabe wonen simpel in een hutje gemaakt met een zeil en een vegetaal dak, zij komen werken in de rijstvelden voor een Peul. De eigenaren van rijstvelden in de ‘périmètres irrigués’ komen uit Mopti of uit andere dorpen. Zij bouwen een leemhuis: het leven is goedkoper hier dan in Mopti. De talibés die komen hier studeren blijven lang soms 6j. Rond de moskee tussen 17u en 18u reciteren zij de Koran: jongens, meisjes en jonge mannen. Onmogelijk om te weten hoeveel bewoners er nu in Sareseyni wonen. Niet alle Peul trekken met hun kudde. Sommige families zijn sedentair geworden. Hun kinderen gaan naar school. Andere verdwijnen in juni en komen terug in december. Dat verklaart dat veel kinderen spijbelen: zij gaan met de ouders mee. Het CAP (Inspectie onderwijs) zit met deze problematiek in alle Peul dorpen. Onderwijs is verplicht. Maar veel kinderen komen maar 4 maanden op school. Het niveau wordt steeds lager. De resultaten mager. Kinderen gaan pas naar school na het eten geven aan de dieren of na het water halen voor de moeder. Om 8,30 begint officieel de school, maar veel kinderen komen pas om 10u. De Peul context is ook niet echt stimulerend voor de onderwijzers die relax

zijn. Waait de Harmattan? Geen school: er is te veel wind. Iets regelen in Mopti? Dat kan altijd met toestemming van de directeur. Soms vroeg in de ochtend tref ik 10 kinderen in een leslokaal en een onderwijzer bezig met zijn ecouteurs op zijn hoofd. Hij luistert naar RFI of naar muziek.

Taalonderwijs in Mali
De overheid had een uitdaging: zorgen dat iedereen kon lezen, schrijven, tellen in lokale taal in 2015. Er is inderdaad didactische materiaal in 12 talen klaar. Ik heb toch mijn twijfels na de twee afgelopen jaar. De ‘alfabetisatie’ cursussen voor de volwassenen gebeuren in de warme seizoen: 3 maanden van april, mei tot juni. De eerste jaar op de lagere school is onderwezen 100 % in lokale taal. De tweede jaar, alleen 25 % en 75 % Frans. Pas de derde jaar wordt Frans de hele schooldag gesproken. Dat heeft direct een invloed op het niveau van de Franse taal in Mali. Frans gaat achteruit.

Een concreet voorbeeld: in het dorp komen weinig scholieren naar de leeszaal. De activiteiten gebeuren in lokale taal. Alle liedjes die ik kan bedenken zingen wij in de twee talen. Al zingende leren de kinderen ook Frans. Op een Franse melodie pas ik het verhaal aan een Peul dorp: het werkt prima. De liedjes met gebarentaal zijn zeer geliefd.