Blog 2 – Eten in het dorp

door | apr 27, 2014

Eerst een wandeling

Om 6u in de ochtend loop ik richting de ‘poffertjes- mevrouw’. Ik loop langs de ‘maison de passage’ (opvang-huis) van de Talibés (leerlingen van de Koran scholen) die de versjes van de Koran reciteren rond een vuurtje. Deze zijn pelgrims. Het komt vaak voor dat pelgrims een nacht of twee hier slapen vlakbij het dorpsterrein. De bedevaart in Sareseyni is bekend. Het dorp is namelijk gesticht door een heilige. De zeven Koran scholen lopen hier goed, zij hebben meer leerlingen dan de openbare school. Ik begroet de Talibé’ ‘shalom malikum’, hand op mijn hart. Ik krijg een vriendelijk knikje terug en een glimlach. Het is nog koud om 6u. Zij dragen een shawl op het hoofd, sommige een echte ‘cheich’ (tulband).

Lekker warm in het poffertjes hokje
Honderd meter verder kom ik in een donker hokje waar de poffertjes worden gebakken. Eigenlijk zijn ze wat groter dan de Nederlandse poffertjes. De eerste dag gaf ik haar 1000 CFA (€1.50). Het is een hoop geld: vier poffertjes kosten 0.50 cfa. Mijn bestelling is acht elke ochtend. Ik hurk naast het vuurtje op 3 stenen en warm mijn handen op na de begroeting ‘Walidjan: heb jij goed geslapen?’ Het is pikdonker en rokerig. Ik houd van deze geur. Soms heeft zij er al een paar klaar in een bakje en ik mag ze zelf pakken. Ik tel in Fufulde (de taal van de Peul) tot acht. Soms wacht ik tot dat er meer gebakken zijn. Vreemd genoeg, ik krijg nooit hetzelfde aantal: 4, 6 , 10, 12… En ik steeds tellen op mijn vingers tot acht samen met haar. Elke keer is het afgerond met een lach van ons twee. De laatste dag kwam ik om 7u na het inpakken; te laat, alles was weg, het beslag was op.

Ontbijt
Poffertjes met honing (van Segou) en thee Lipton (niets anders) met geperste citroen. Het is een genot om te ontbijten in de schaduw van de ‘nem’ die ik geplant heb in 2011 op een nog rustige cour, ik bedoel zonder kinderen. Straks komen de VIP langs mij begroeten. Een ontbijt met RFI Radio France Internationale daarbij is voor mij een goed begin van de dag. Ik bedoel voor de drukte. Rond 9u komen de kinderen die niet naar school gaan. Afdak en leeszaal worden druk bezet met de ‘straatkinderen die wel naar de Koran school gaan een uur of twee per dag. En daarna, rondhangen naast de deur van Suudu Peeral, wachtende op Gueladio of roepend : Dicore Bary..

Dagelijkse zorg: water en eten
Tijdens mijn laatste verblijf, had ik veel minder materiële zorgen om te overleven. Water werd opgehaald door de ‘animateurs’ voor mij. Ja, de put was al droog begin februari. Twee emmers is luxe. Genoeg voor een dag: thee, toilet, eventueel koken. Pilletjes in elke emmer, drie uur later kan je het gebruiken. Ik hoefde niet meer met de kruiwagen water te halen zoals in het verleden. Ik vond het zwaar in 2011, ik kwam terug met een schouderblessure in februari 2012.

Ik kon het eten van Guindo, onderwijzer delen. De ouders koken om de beurt voor de onderwijzers. ‘Tô’ is het basisvoedsel voor de armen: een soort polenta op basis van gierst. Hoe eet je dat? Je maakt een bolletje met de hand en ga jij dippen in de saus. Er zijn vier sauzen hier: gombo (snotterende saus, wel lekker), baobabbladeren saus, wilde spinazie saus, en de top luxe saus tomaten met uien. Soms is er rijst met stukjes vis, nooit vlees. Een variant van de tô is ‘riz au gras’: rijst met karité-olie. Het is niet mijn favoriete eten. De ‘djordi’ van Moctar: rijst met uien met arachide-olie is heerlijk! Tijdens de maaltijden: ontbijt, lunch en avond, komen de Talibés langs. Zij dragen een emmertje en zingen. Moctar loopt naar de deur met de rest van het eten. Iedereen schept iets in zijn trommel. Soms eten zij ter plekke, hurkend rond de teil en handen likkend. Het verhaal dat zij het voedsel eerts aan de marabout (de leider van de Koran school) moeten brengen en dat het pas daarna wordt gedeeld, klopt dus niet helemaal.

Vlees is voor de religieuze feestdagen. Vier keer per jaar wordt een schaap geslacht. Voor een
begrafenis of een bruiloft is het een rund bij rijke families. Sinds 2006 heb ik een paar keer schapenvlees, lever, darmen of geitenvlees geproefd. Vlees blijft een luxe en moet je de zelfde dag opeten. Een keer heeft de moeder van Gueladio een kip gegeven. Gueladio was verontwaardig omdat ik het niet wou slachten en ook niet voorbereiden: geen tijd, geen zin. Ouma, de lokale vroedvrouw, heeft het gedaan. Wat lekker! Stukjes file in een lekker saus! Het was smullen voor ons vier: de 2 animateurs Moctar en Gueladio, Ouma en ik. Maar absoluut niet zoals het hoort. Twee jaar geleden had de vader van Ouma een kip aan de vrouw van Abdou gegeven. Ik logeerde op hun cour toen. Dat was voor de toubabou, zei hij. Dat betekent natuurlijk delen: veel kip in de teil voor de mannen en de jongens die besneden zijn, een beetje voor de vrouwen, de meisjes en de jonge kinderen in een andere teil. Ik zat natuurlijk bij de tweede teil. De vrouw van Abdou deelde de stukjes kip aan iedereen uit. Ik kreeg eenmalig 1 cm vlees op de rijst voor mijn kant. Wij waren met tien personen 10 rond de teil. Het mesije van een jaar wilde nog meer hebben, zij begon hard te huilen. Dat vergeet ik nooit.

Lekkernijen
Vergeleken met vroeger was mijn verblijf aangenamer en soms zelfs feestelijk. In de avond kwam vaak Mamoudou Diallo,Voorzitter CGS (School comité) met lekkernijen zoals ‘lokos’patat van zoete aardappelen of gefrituurde visjes ingepakt in kranten papier. Ik heb bijna niet gekookt. Soms als de ouders van leerlingen Moctar waren vergeten. Ik deed mijn salade op basis van pasta, blikje tonijn, komkommer en uien of een omelet (gekocht in Mopti: een ei 100 cfa = € 0.15) of een ratatouille (met groenten gekocht in Mopti). Mijn recepten werden niet echt gewaardeerd door de animateurs of dorpelingen die toevallig langs kwamen. Het blijft ‘toubabeten’ (eten voor de blanken).

Tot slot
Eigenlijk is het eten in het dorp weinig afwisselend voor westerse begrippen. Je kan er goed op overleven. Je eet minder in een warme land. Je drinkt veel. De bier gekochte in Mopti is lauw maar wat een luxe na een drukke dag! Thee met citroen is goed. Het dagelijkse menu en de warmte verklaren, dat ik snel vijf kilo’s lichter word. Nog meer na een lang verblijf. Iedereen kan heus hier overleven zonder de supermarkt AH op de hoek met de overvloed aan voedsel.