Blog 1 – Aankomst in Mali

door | apr 26, 2014

Inpakken
125 kilo’s bagage! Kinderspel. Sinds 2011, heb ik zo veel educatief materiaal in mijn kelder. Het kon nog niet naar Mali. Met Jeroen hadden wij een heleboel opgehaald in september 2011. De Universiteit Leiden verbood hem om naar het dorp komen dat in de ‘rode zone’ en dus gevaarlijk was in december 2011. Ik heb een selectie gemaakt: nog boeken van Biblionef, playmobil, houten blokken, lego, puzzels, sportmateriaal…: Martin en Ineke, bedankt voor de spelletjes van jullie kringloop! Ik drop nog van alles en nog wat in de rode hoezen. Alles gepakt in linnen tassen die ik speciaal had bewaard om het materiaal te beschermen en twee vliegen in een klap, want ze zijn ook bedoeld als schooltassen voor de scholieren. Ik heb ook een extra tas bij Anneke in Heerlen gebracht. Ik zal haar in Segou zien op de heen weg tijdens het Muziek Festival en ik ga de vierde tas mee nemen naar Mopti.

Schiphol en vlucht naar Casablanca-Bamako
Op Schiphol samen met Khoi (mijn schoonzoon) wegen wij opnieuw de tassen. Nog twee Larousse woordenboeken in een tas, kan dat? Nog houtenblokken? Ik had een Turkse tas mee voor het geval dat ik er nog meer kan in proppen. De RAM madame vraagt gemoedelijk : ‘Is het voor een stichting? Geen probleem.’ Ik ben opgelucht. Alles kan mee. De vlucht naar Casa gaat snel. Ik heb direct de correspondentie voor Bamako. Geen wachttijd, dat is fijn. 50 personen in het vliegtuig naar Bamako (171 stoelen beschikbaar). Royal Air Maroc gaat bankroet, denk ik. Mijn Malinees buurman is Peul. Hij is mooi, een herkenbaar Peul gezicht met de littekens op zijn wang die bij zijn clan horen. Hij gaat naar zijn dorp. Ik vraag mij af hoe hij zal overkomen met zijn chique bontjas en zijn oorring. Hij wou ‘faire l’aventure’ (migreren) in Frankrijk. Hij werkt als vakkenvuller in een supermarkt in Parijs. Hij wil terug om een hotel te bouwen in Sevare. Is het het goede moment, vraag ik mij af? Ik wil slapen. Ik weet dat ik 2 u kan slapen voor mijn bus naar Mopti vertrekt (250 km ver van Bamako, maar wel 4 of 5 u met de OV bus in de beste geval) Aankomst op vliegveld loopt vlekkeloos. Alpha is aanwezig om mij op te vangen, mannetje zonder badge. Waar zijn de officiële dragers dan? Hij regelt de bagage van bagageband tot de taxi. Geen zorg: ik had nog voldoende briefjes cfa voor alle fooien onderweg. Het hotelletje El Patio heeft betere tijden gekend. Ik slaap in een kamer met 5 bedden. Een wand die stopt een meter voor het plafonds scheidt de ruimte en ik mag in slaap vallen met de TL en de gesprekken van de Malinese buren achter de wand. Oordopjes, geen punt. Ik kan nog twee uur slapen.

Segou
Een taxi brengt mij naar de busstation om 5u. Lokale ontbijt: café au lat sucré met 30 cm baguette, ben ik gek op. De baas achter het stalletje roert in kokende water een lepeltje Nescafe met een heleboel zoete gecondenseerd melk “made in Holland”. Ik zie de mooie Friese koe op de etiquette en maak er een grapje over. Ik kan nog een fles mineraal water kopen (1, 5 liter steeds 500 cfa = € 1.50) en een telefoonkaart. Na het inchecken van de bagage, werd ik keihard opgeroepen ‘Françoise’. Alpha had mijn ticket gekocht met geld uitgeleend door vriendin Marja van Tara Africa Tours. Dat is heel bijzonder: wij vertrekken op tijd (7u) en komen voor 12 u in Segou aan waar Baba, een bekende antiquair, op mij wacht. Hij heeft een kamertje voor mij geregeld vlak bij het festival. Leve de oordopjes! Volgende ochtend ontbijt met Anneke en haar Touareg gids in Hôtel Esplanade, door de Libanezen gekocht en opgeknapt. Zij hebben nu het monopolie: 3 hotels, een bakkerij en een supermarkt. Said, de baas van de Auberge klaagt dat alles matig loopt. De bedienden vertellen mij dat zij ontslagen waren en terug zijn gekomen voor maar een weekje Festival. Ik wil op de Quai des Arts flaneren om de sfeer te proeven vanna de ‘évènements’ zoals men het noemt hier. Dwz na 2 jaren van ellende: oorlog en sharia. Mijn wandeling is een ramp. Zij zijn allemaal aanwezig: de gidsen, de verkopers, de chauffeurs, pinassiers, Dogon, Touaregs, Songhai, Bozo. Zij willen hun diensten of spullen verkopen. Ik kan geen meter rustig lopen. ‘Waar zijn jouw toeristen?’ Ik heb niemand. Ik ga naar het Peuldorp. De Touaregs vertellen dat zij naar het Zuiden zijn gevlucht: Segou, Bamako. Niemand durft nog terug naar het Noorden. Zij hebben geen klanten sinds twee jaar! Later, later koop ik iets, zeg ik om niet iedereen te ontmoedigen. Ik vlucht en kan gelukkig wandelen langs de Niger met Marja, Renée en Pieter. Wat een rust! Wat zijn de tuinen mooi! Ik wil alle kleuren en de geuren meenemen naar de Sahel morgen. Basilicum, paprika’s, courgettes, aubergines sperziebonen… De begroetingen in Bambara met de tuinmannen en vrouwen houden niet op.

In de avond kom ik Florence tegen. Zij heeft ook een project in de buurt van Mopti-Socura. Zij werkt tijdelijk in Bamako voor een aids-project. Wij drinken een bier met een Japanse die ‘artisanat’ ambachtsproducten koopt voor in Japan. Muziek op Quai des Arts: Salif Keita, Rokia Traore,Vieux Farka (zoon van Ali Farka Tourte) en nog meer. Aangename sfeer. Ik zie weinig blanken. De volgende dag vertrek ik vroeg naar Mopti.

Segou-Mopti
De 450 km lijken mij eindeloos. Na 2 uur wachttijd, vertreken wij om 7u. Dertig minuten later is de benzinetank leeg. De passagiers protesteren en stappen allen uit. Hulpchauffeur lift en komt terug met een jerrycan 45 minuten later. Leve Mali! In San, stop toiletten en lunch. Een vrouw herkende mij. Het restaurant Terya waar zij souvenirs verkocht is dicht sinds twee jaar. Zij heeft een winkeltje bij het busstation: water en blikkensardienen. Ja dat kan ik wel in het dorp gebruiken, daar heb jij niets. Eindelijk in Mopti om 18h30. De activiteitenbegeleiders wachten mij op en regelen alles: bagage met de rode hoezen op een karretje, pinasse (boot) uit het dorp. En route naar de katholieke missie. Wij rusten uit op een bank in de cour totdat de pinasse komt. Moctar, kalm en serieus, zoals altijd vertelt over de school en zijn tuintjes in de cour. Ik maak kennis met Gueladio. Hij is begonnen in oktober 2013. Nog een stokbrood kopen en wij gaan. Volle maan. Wat is het makkelijk om de oever te klimmen! Het water daalt snel in februari: 1,50 tot 2 meter moet je klimmen. Wat een verrassing als ik de cour binnen kom: ik zie de uien van Moctar, een schone cour, de bomen.. Sardienen met stokbrood delen met Moctar en Gueladio en snel naar bed. Maar waar?

Kamer in leemhuis
Ik slaap tussen een stapel cement zakken (voor het bouwen van het gezondheidscentrum, hoor ik) en een onbekende leem muur die nog niet af is. Bizar: ik had de kamer netjes achter gelaten in februari 2012. Ik bedenk al wat ik kan doen om deze kamer weer leefbaar te maken. Morgen zullen wij verder zien. Waar zijn de spullen: metallic kist, koffer, waterpot, basic uitrusting om hier te kunnen overleven? Wat ben ik een echte ‘toubabou’ (blanke vrouw) om mij hierover druk te maken . Stop Françoise, nu slapen.